
De lessen:
Voor de lessen staat jouw kunstwerk centraal. Hier werk je naartoe door middel van vooronderzoek, schetsen, oefeningen in technieken, inspiratie filmpjes et cetera.
Er wordt een hoop zelfstandigheid van je verwacht. Iedereen maakt zijn eigen persoonlijke kunstwerk, dus niet iedereen doet hetzelfde tijdens de les.

Stappen:
Stap 1: bij deze stap ga je je oriënteren. Je gaat op zoek naar inspiratie bronnen zoals kunstenaars, fotograven, architecten etc. Hiervoor maak je een woordweb en ideeënblad. Vervolgens maak je een Essay van 3 kunstenaars die passen bij het thema.
Opdracht: voor deze opdracht ga je op zoek naar 3 kunstenaars die je interessant vindt. Let op bij het zoeken van de kunstenaars dat het ook echt kunstenaars zijn en niet dat het iemand is die aan het hobbyen is. Vaak kun je daar wel achter komen door te kijken of diegene een gerichte opleiding heeft gehad. Of dat er in ieder geval voldoende informatie te vinden is over deze kunstenaar.
Deze 3 kunstenaars ga je uitwerken. Dat doe je door middel van een aantal onderzoeksvragen. Nadat je allemaal informatie hebt gevonden van deze 3 kunstenaars, ga je dat verwerken in bijvoorbeeld een keynote. Deze keynote lever je in bij je docent en vervolgens ga je dit presenteren aan de klas of eventueel in kleine groepjes.
Inleveren: een keynote oid. en je houdt een presentatie. Voor dit alles krijg je één cijfer.
Stap 2: Het proces is heel belangrijk bij KuBv. Dit komt omdat het niet alleen gaat om je eind kunstwerk maar de weg ernaartoe is net zo belangrijk. Ook is het proces belangrijk voor de 2e persoon de je kunstwerk gaat nakijken. Deze heeft niet alles meegekregen maar kan door middel van je procesverslag terugvinden hoe je tot dit kunstwerk bent gekomen.
Opdracht: Je procesverslag wordt een volledig naslagwerk van je kunstwerk. Voor dit verslag hebben we een indeling waar je je aan moet houden. En waar je ook op wordt beoordeeld.
Inleveren: Je levert je proces verslag op 2 momenten in. Halverwege je proces en aan het eind van je proces. Je krijgt hier ook 2 cijfers voor waarvan het 2e cijfer zwaarder zal meetellen dan het 1e cijfer.
Stap 3: Bij deze stap ga je zoeken naar materialen en technieken die je zou kunnen gebruiken bij het maken van je eigen kunstwerk. Tijdens de les zou je kleine workshops kunnen volgen, waarbij inzicht krijgt in verschillende materialen en technieken. Daarnaast ga je zelf op onderzoek uit naar welke materialen en technieken bij jou passen. Hierbij hou je in je achterhoofd het citaat wat je hebt gekozen. Ook kom je tot de ontdekking of je uiteindelijk een 2 d of 3 d kunstwerk gaat maken. Aan het einde van deze stap weet je wat voor kunstwerk je gaat maken.
Opdracht: Voor deze opdracht ga je 10 visuele verwerkingen maken. Dit kunnen schetsen zijn zoals je gewend bent gewoon een potlood en papier. Maar je kunt hierbij ook allerlei andere materialen gebruiken zoals krijt, pennen, verf, inkt et cetera. Als je meer 3 d wil werken, dan kun je denken aan materialen zoals klei, hout, papier maché en stof et cetera. Je moet het vooral zien als een onderzoeksfase. Dus ga vooral heel veel dingen proberen. En maak hier ook foto s van voor in je procesverslag.
Inleveren: Je levert 10 visuele verwerkingen in.
Stap 4: En dan kom je tot je echte kunstwerk. Je kunt hier in allerlei technieken gebruiken van allerlei materialen. Hiervoor zal je een voorstel doen naar je docent. Je docent kan je hierin helpen om te kijken wat mogelijk is en om te kijken wat voor materialen je het beste kunt gebruiken. Veel zal je zelf moeten doen, omdat het stukje onderzoek ook belangrijk is. Je docent zal een begeleidende rol hierin spelen. Je kunt vragen stellen en je kunt hulp vragen. Daarnaast zal je docent je proces in de gaten houden.
Opdracht: Je gaat je echt een kunstwerk maken naar aanleiding van je citaat. Je verzamelt materialen die je nodig hebt. Misschien doe je nog een proefje met bepaalde materialen. Of je begint meteen aan je kunstwerk. Denk erom dat dit een kunstwerk is waar je een lange tijd aan gaat werken. Het moet dus interessant zijn voor jou om aan te werken. Maar het moet ook waardig zijn voor een verdiepend kunstwerk. Hou dit in gedachte bij het maken van een keuze.
Inleveren: je kunstwerk.
Stap 5: tentoonstellen en presenteren van je kunstwerk. Je gaat bedenken hoe je je kunstwerk op kan hangen. Of hoe je het in een vitrine neer gaat zetten, zodat het mooi uitkomt. Bekijk bijvoorbeeld de etalagetechnieken in een museum.
Bij de presentatie ga je vertellen wat de inhoud is van je kunstwerk. Wat betekent het? En hoe heb je het ervaren? Oftewel hoe is je proces geweest.
Inleveren: presenteren van je werk en je werk hangt/staat in de school.